Grid computing

Grid computing betekent het bundelen van de kracht van meerdere computers (die met elkaar verbonden zijn via een netwerk (bijv. Internet)) om een gezamenlijk doel te bereiken. Iedere computer die aangesloten is op de 'grid' krijgt een stukje van een grote berekening toebedeeld om uit te rekenen. Grid computing wordt gebruikt voor verschillende doeleinden.

Zo wordt grid computing onder andere ingezet voor wetenschappelijk onderzoek door CERN om grote hoeveelheden data te verwerken die geproduceerd wordt door de deeltjesversneller van CERN. Deze deeltjesversneller produceert jaarlijks +/- 15 petabyte (15miljoen gigabyte) aan data wat vervolgens geanalyseerd moet worden. Het doel van deze analyse is inzicht krijgen in hoe materie is opgebouwd. In eerste instantie wordt alle data opgeslagen in Zwitserland bij CERN. Vervolgens wordt de data verspreid over 11 data centers over de wereld (o.a. Nederland, Frankrijk, Italië en Amerika). Vanaf daar wordt de data verspreid naar computers waarop een klein stukje software (LHC@home, SixTrack) is geïnstalleerd, waarmee mensen over de hele wereld mee kunnen helpen deze data te analyseren. De software maakt gebruik van de onbenutte computerbronnen. Computers gebruiken over het algemeen niet altijd hun volledige rekencapaciteit. De verloren capaciteit wordt door de software gebruikt voor de analyse. Wanneer de gebruiker een ander (extra) programma opstart, krijgt dit programma voorrang op SixTrack, zodat gebruiker geen last ondervindt van de analyse.

Een ander voorbeeld van grid computing is het SETI@home project van de Berkeley Universiteit in Californië, met als doel het zoeken naar buitenaards leven. Gebruikers krijgen daarbij tevens een deel van de bulk data, in dit geval ruis afkomstig uit de ruimte opgevangen door een satelliet, wat door de computer geanalyseerd wordt wanneer de computer niet gebruikt wordt. De gebruiker kan SETI@home instellen berekeningen uit te voeren wanneer de screensaver aanspringt of continu (zij het bij laag gebruik van computerbronnen). De geanalyseerde data wordt teruggestuurd naar het data centrum, waar het vervolgens weer bij elkaar wordt gevoegd in de hoop buitenaards leven te vinden. Meer dan 5 miljoen mensen ter wereld doen mee aan dit project, terwijl het oorspronkelijke doel 50,000 tot 100,000 gebruikers was.